Sinds een jaar zijn er tien vertrouwenscontactpersonen (VCP’s) actief voor Judo Bond Nederland. Verspreid over de zeven districten zijn zij het aanspreekpunt voor iedereen die vragen heeft of zijn verhaal kwijt wil. Ze zijn dan ook bekend onder de naam districtsvertrouwenscontactpersonen. Iedereen binnen de budosport kan bij een VCP’er terecht. Niet alleen budoka's en trainers, maar ook ouders, bestuurders en vrijwilligers kunnen contact opnemen wanneer ze vragen hebben of ergens mee zitten.
Vandaag spreken we met Patrick van den Heuvel, werkzaam in de districten Midden- en Zuid-Nederland, over hoe hij afgelopen jaar heeft beleefd, wat hij graag wil bereiken in zijn rol en waarom VCP’ers nu zo belangrijk zijn.
Voor vele mensen is Patrick een bekende verschijning. Naast zijn rol als VCP’er is hij ook actief als judoleraar en scheidsrechter. Ervaringen op de mat hebben ervoor gezorgd dat hij zich heeft aangemeld. ‘Als scheidsrechter zie ik regelmatig mensen die verbaal de grens overgaan. Zelf kan ik daar goed mee omgaan, maar jonge scheidsrechters hebben daar soms veel meer last van. Toen de mail binnenkwam dat de JBN op zoek was naar districtsvertrouwenscontactpersonen, dacht ik: hier wil ik aan bijdragen. Aan het vertrouwen in de budowereld en de bewustwording van sociale veiligheid.’
Wat een VCP'er allemaal doet
Een vertrouwenscontactpersoon is er niet alleen voor als er een situatie optreedt waarbij mensen zich niet veilig voelen. Het is ook een stukje preventie, zoals het ondersteunen van clubs bij vragen. ‘Onlangs heb ik nog een club geholpen die zich bij mij meldde, omdat ze een nieuw beleidsplan aan het opstellen waren. Er zijn natuurlijk ook situaties die zich voordoen, daar worden we op ingezet," zegt Patrick. "Maar ik denk dat het voortraject, de preventie, net zo belangrijk is.’
Maar wat gebeurt er nu als je contact opneemt met de VCP’er? ‘Als er een mail binnenkomt, probeer ik zo snel mogelijk persoonlijk contact te leggen’, legt Patrick uit. ‘Mijn voorkeur gaat uit naar een gesprek face-to-face, dat voelt toch fijner. Vanuit daar schakel ik, mocht dat nodig zijn, naar de integriteitsmanager van de JBN. Maar vaak is een luisterend oor al voldoende, als mensen hun verhaal kunnen doen. Daar luister ik graag naar.’
De kracht van het werken in het district
Per district zijn er 2 of 3 personen inzetbaar als VCP’er; zo’n regionale aanpak ziet Patrick als voordeel. ‘Elk district heeft zijn eigen voorkeuren en werkwijze. Ook ben ik makkelijk aan te spreken, omdat ik op veel toernooien en bijeenkomsten ben in het district. Ik ben weleens door clubs aangesproken die aangeven dat ze het fijn vinden dat er iemand in hun district te bereiken is. Het is goed dat ze weten dat de schakel er is.’
Patrick ziet zichtbaarheid dan ook als een belangrijk onderdeel van zijn rol. ‘Als mensen weten wie je bent en waar ze terecht kunnen, wordt de stap om contact op te nemen kleiner.’
Er zijn ook clubs die een eigen vertrouwenscontactpersoon hebben; dit kan elkaar juist versterken. ‘Als ik bij een club kom, ga ik ook op zoek naar hun VCP’er. Dan vraag ik altijd hoe het gaat, of het lukt en of ze nog ergens behoefte aan hebben. Ik laat ook mijn contactgegevens achter, zodat ze mij altijd kunnen bereiken’: aldus Patrick.
De gesprekken zijn het mooiste
‘Vooraf had ik verwacht dat ik de gesprekken lastig zou vinden. Maar mijn achtergrond als leermeester-examinator hielp hierbij. Nu vind ik dit het mooiste van mijn rol. Zo had ik onlangs een gesprek over een melding, maar al snel hadden we het over technieken en wedstrijden als twee enthousiaste budoliefhebbers.’ Maar ook het meedenken over beleid en preventie vindt hij waardevol.
‘Ik vind het gewoon leuk om deze functie te vervullen. Dat klinkt misschien raar, maar het is ook echt leuk.’
Patrick deelt ook wat hem het meest verraste: er is meer hulp mogelijk dan je denkt. ‘Ik heb vooral geleerd hoeveel mogelijkheden er zijn, niet alleen als het gaat om hulp, maar ook op het gebied van preventie door bijvoorbeeld verschillende beschikbare trainingen.
En wat hij wil meegeven? ‘Ik hoop vooral dat mensen ons weten te vinden, ons weten te bereiken voor een gesprek. Dat we een luisterend oor kunnen bieden. Soms is dat al genoeg; niet iedere vraag hoeft direct een melding of onderzoek te worden. Het belangrijkste is dat mensen zich veilig voelen om hun verhaal te delen met ons.’