De in Utrecht geboren en getogen wedstrijdjudoka Joop Mackaaij is op 29-12-2025 op 87-jarige leeftijd overleden. Op dinsdag 6 januari 2026 hebben velen afscheid van hem genomen bij zijn uitvaart.
Joop Mackaaij werd geboren op 2 maart 1938 in Wijk C. Op 13-jarige leeftijd begon hij met judo. De vier jaar oudere Anton Geesink woonde ook in Wijk C. In die echte volksbuurt hadden ze samen, in de woorden van Mackaaij, “een goede jeugd gehad”. Geesink was toendertijd tweede geworden bij de Europese kampioenschappen. Dat was voor ongeveer de hele wijk aanleiding om op judo te gaan. En zo kwam ook Mackaaij met judo in aanraking. Hij leerde bij de bekende judoleraar Jan van der Horst (de school waar ook Geesink les kreeg) de fijne kneepjes van het judo. Hij trainde drie tot vier keer per week en ging na verloop van tijd meedoen aan wedstrijden.
In 1956 behaalde hij op 18-jarige leeftijd de eerste DAN (de zwarte band). Daarna heeft hij diverse dangraden in judo behaald, lopend tot en met de achtste dan, iets wat uitzonderlijk is in Nederland en ook in jiujitsu (tot en met de derde dan). Ook was hij jarenlang actief als scheidsrechter.
Gedurende zijn judocarrière heeft Mackaaij tal van nationale en internationale prijzen in de wacht gesleept. Zo won hij in 1961 de eerste prijs tijdens de derde Open Duitse kampioenschappen in Aken. Daar werd hij tevens geëerd als “bester ausländischer Techniker” (de technisch meest begaafde buitenlandse judoka). In 1962 werd hij in Essen vice-kampioen van Europa en samen met zijn team van verschillende gewichtsklassen won hij in 1964 de zilveren medaille op de Europese teamkampioenschappen in Berlijn. Samen met Geesink en andere judoka’s reisden ze Europese toernooien af. De allermooiste herinnering had Mackaaij aan het succes met het Kodokanteam van Geesink in Zuid-Frankrijk. Ze waren tot het einde van Geesinks leven goede vrienden.
Voor zijn vele verdiensten voor judo en de judobond (JBN) werd Mackaaij in 1998 onderscheiden als Bondsridder met het Gouden ereteken. Onlangs nog, op 15 november 2025, werd hij tijdens de hogere-danexamens aan een eretafel geplaatst en door de bond geëerd met een speciale vermelding.
Naast de erkenning vanuit de JBN ontving Mackaaij in 2011 van de toenmalige burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen, de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege zijn jarenlange verdiensten voor de judosport.
Mackaaij begon zijn carrière als judoleraar als assistent van Geesink. Daar gaf hij samen met Geesink negen jaar les aan kinderen en volwassenen, voordat zijn eigen judoclub werd opgericht, Judo Ryu Mackaay. Hier was hij vele jaren trainer van de seniorengroep, op een gegeven moment samen met zijn – eveneens Utrechtse – judovriend Henny Stomphorst. Sinds 2001 leidden zij samen ook de katatraining, dat is de voorbereiding voor hogere dan-examens. Mackaaij zat aan het einde van zijn leven in de beginfase van Alzheimer en woonde in Careyn Swellengrebel te Utrecht. Niettemin stond hij tot de laatste training voor zijn overlijden nog op de mat bij de seniorengroep, waar hij nog steeds samen met Stomphorst de les verzorgde en zelf meetrainde. Het was heel bijzonder: dan had hij als vanouds een feilloos gevoel voor judo.
Tot slot is het ook opmerkelijk hoe Mackaaij elk feestje wist op te vrolijken met zijn grappen en de vele liederen (smartlappen en Ierse volksliederen) die hij uit zijn hoofd kon zingen. Dan kwamen ook de verhalen van vroeger los, over Wijk C en de vele avonturen die hij als judoka – vaak met Geesink – beleefde in binnen- en buitenland. Hij was een geanimeerd verteller en een bezielde zanger!
Op de druk bezochte uitvaart van Mackaaij waren veel mensen aanwezig. Ze hadden het extreme winterweer getrotseerd. Velen kwamen uit de Utrechtse en landelijke judowereld.